Home / Nieuws / Burgers en participatie

 

Elke dag zijn heel wat mensen in de weer met hun vrijwilligerswerk. Dankzij hun belangeloze inzet kan Nederland functioneren. De gemeente kent allerlei vormen van vrijwilligerswerk. Zo schrijft de wet voor dat de gemeente een minimale vorm van clientenparticipatie moet hebben of in sommige gevallen zelfs een Cliëntenraad.  Deze en andere vormen van burgerparticipatie geven burgers de kans om, ook al zijn ze geen lid van een politieke partij en ook al zijn ze niet gekozen als lid van de Gemeenteraad toch mee te dicussieren over het gemeentelijk beleid. Om de gemeente of een bepaalde afdeling ongevraagd en gevraagd advies te geven. Zo krijgt de gemeente zicht op wat er in de uitvoering beter kan, waar burgers tegen aan lopen, kan men gebruik maken van de expertise die burgers hebben, kan men de efficiency verbeteren en, en dat is zeker niet onbelangrijk, nodigt men de burger uit om mee te helpen de gemeente zo goed mogelijk te besturen.

Burgerparticipatie
Deze burgerparticipatie is ontstaan vanuit de werklozenbeweging in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De vereniging van directeuren van gemeentelijke sociale diensten, Divosa, en een zestal gemeenten openden de deur voor de nieuwe werklozenorganisaties die begonnen te onstaan. Organisaties van bijstandvrouwen, platforms van arbeidsongeschikten en lokale groeperingen van uitkeringsgerechtigden gingen aan tafel met de gemeentelijke sociale dienst om de uitvoering te bespreken. Ook ontstonden er landelijke overlegpanels met zowel Divosa als het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid enerzijds en landelijke organisaties van uitkeringsgerechtigden anderzijds. Dit proces, clientenparticipatie genoemd, werd dankzij de steun van de voltallige Tweede Kamer, daartoe uitgenodigd door met name D66, het CDA en de PvdA, plus de uitkeringsgerechtigdenbeweging als verplichting opgenomen in de nieuwe wet Werk en Bijstand en daarna in velerlei andere wetten.